Leveringsvoorwaarden

Deze algemene leveringsvoorwaarden zijn van toepassing op Kraamzorg Zuid-Gelderland.

Bij inschrijving krijgt iedere cliënt deze in bezit.

1             Algemeen

Kraamzorg  Zuid-Gelderland B.V. maakt deel uit van Radboudumc.  

De regelgeving van de overheid en de afspraken met de zorgverzekeraars zijn bepalend voor de zorgverlening.

Kraamzorg is zorg , die geboden wordt aan de cliënt tijdens de bevalling en aansluitend tijdens de kraamtijd onder verantwoordelijkheid van een verloskundige.

De te leveren kraamzorg door Kraamzorg Zuid-Gelderland en de kosten voor deze zorg zijn afhankelijk van de verzekeringsvoorwaarden van de cliënt.

De zorg wordt vooraf overeengekomen in een zorgovereenkomst tussen Kraamzorg Zuid-Gelderland en de cliënt. In de brochure “Baby op komst” staat alle relevante informatie over de geboden kraamzorg en de algemene werkwijze van Kraamzorg Zuid-Gelderland.

 

Artikel 1   Definities

Cliënte:

de natuurlijke persoon,  die kraamzorg afneemt bij een kraamzorgaanbieder

Hieronder wordt voor de bevalling, de zwangere en na de bevalling de kraamvrouw verstaan.

Kraamzorgaanbieder:

(rechts)persoon die kraamzorg verleent, gefinancierd op grond van zorgverzekeringswet (Zvw) al dan niet     in combinatie met particulier gefinancierde kraamzorg en/of aanvullende diensten.

Verloskundige:

        zelfstandig medisch beroepsbeoefenaar, die de zwangere en haar partner gedurende de       zwangerschap en de bevalling begeleid en regelmatig contact heeft met de vrouw.

Kraamverzorgende:

         de natuurlijke persoon,  die kraamzorg en partusassistentie geeft onder medische     verantwoordelijkheid van de verloskundige.

Kraamzorg:

        zorg, ondersteuning, instructie en voorlichting aan de cliënte, de pasgeborene en overige       gezinsleden.

Minimale kraamzorg: het wettelijk minimum aantal uren kraamzorg exclusief partusassistentie van

        24 uren verdeeld over 8 dagen.

Indicatiestelling:

        de indicatiestelling op basis van het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP).

Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP):

        protocol waarin beschreven wordt wat kwalitatief verantwoorde  kraamzorg is, regelt de hoeveelheid             uren kraamzorg,  die nodig is voor goede kraamzorg aan cliënte, pasgeborene en overige gezinsleden.

Inschrijving:

        verzoek van de cliënte aan de kraamzorgaanbieder om kraamzorg te leveren

Zorgovereenkomst:

        de tussen de cliënte en de kraamzorgaanbieder gesloten overeenkomst met betrekking tot kraamzorg.

Intake:

         een persoonlijk of telefonisch gesprek tussen een vertegenwoordiger van de kraamzorgaanbieder en de      cliënte voor de 34e week van de zwangerschap, waarin onder andere de aard en omvang van de te           leveren kraamzorg en de eventuele aanvullende kraamzorg en diensten worden vastgesteld. Wat de     zorgbehoeftes van de cliënte zijn en wat van de cliënt verwacht wordt om goede zorg te ontvangen.

Partusassistentie:

het assisteren van de verloskundige en het ondersteunen en hulp bieden aan de cliënte en haar        partner tijdens de bevalling thuis of in het ziekenhuis.

Zorgdossier:

zorgplan met bijbehorende formulieren. Het document waarin dagelijks de afspraken en        rapportages worden vastgelegd over de wijze waarop en de mate waarin de zorgaanbieder in overeenstemming met de cliënte zorg verleent.

JGZ overdracht:

        overdracht van gegevens uit de kraamperiode over onder andere de cliënte, de pasgeborene, de      gezinssituatie, de bevalling en het verloop van de kraamzorgperiode aan de Jeugdgezondheidszorg.

Praktijkbegeleider:

de natuurlijk persoon,  die een kraamverzorgende in opleiding, nieuwe medewerker of stagiaire begeleidt    op de werkplek/stageplek.

Incident:

ieder niet beoogt of onvoorzien voorval in het kraamzorgproces met direct of op termijn merkbare    gevolgen voor de cliënte en/of de pasgeborene.

Schriftelijk:

onder schriftelijk wordt ook verstaan digitaal of per e-mail.

Elektronische weg:

        het overbrengen of opslaan van gegevens via een website, internet of e-mail.

Geschillencommissie:

De geschillencommissie Verpleging Verzorging en Thuiszorg, vallend onder de  Stichting De Geschillencommissie in Den Haag.

 

ARTIKEL 2 – Toepasselijkheid

  1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op de overeenkomst.
  2. Deze algemene voorwaarden beschrijven de rechten en plichten van de zorgaanbieder en cliënte.
  3. Deze algemene voorwaarden laten dwingendrechtelijke bepalingen onverlet.

 

 

 

 

ARTIKEL 3 –  Bekendmaking algemene voorwaarden

De kraamzorgaanbieder overhandigt deze algemene voorwaarden aan de cliënte voorafgaand aan of bij de totstandkoming van de overeenkomst en licht deze op verzoek van de cliënte  mondeling toe.

Tevens zijn de leveringsvoorwaarden in te zien op de website.

 

ARTIKEL 4 – Afwijking van de algemene voorwaarden

De kraamzorgaanbieder kan niet afwijken van deze algemene voorwaarden, tenzij dat uitdrukkelijk is overeengekomen met de cliënte en de afwijking niet in het nadeel van de cliënte of de pasgeborene is. Afwijkingen dienen schriftelijk te zijn overeengekomen.

 

  1. INFORMATIE

 

ARTIKEL 5 – Duidelijke informatie

  1. De kraamzorgaanbieder zorgt ervoor dat hij die informatie beschikbaar heeft (schriftelijk of op de website) die het voor de cliënte mogelijk maakt een goede vergelijking te maken met andere kraamzorgaanbieders, teneinde een keuze te kunnen maken.
  2. In deze informatie vermeldt de kraamzorgaanbieder in ieder geval:
  3. dat er een overeenkomst tot stand komt op het moment dat de kraamzorgaanbieder de inschrijving accepteert;
  4. dat de cliënte tot 7 dagen na de acceptatie door de kraamzorgaanbieder het recht heeft de overeenkomst ongedaan te maken;
  5. eventuele voorbehouden ten aanzien van het kunnen leveren van de overeen te komen kraamzorg.
  6. De kraamzorgaanbieder zorgt ervoor dat de cliënte gedurende de looptijd van de overeenkomst voldoende geïnformeerd blijft over voor haar en voor de pasgeborene relevante aangelegenheden aangaande de uitvoering van de overeenkomst.
  7. De kraamzorgaanbieder gaat na of de cliënte de informatie begrepen heeft, alvorens een inschrijving te accepteren.

 

  1. OVEREENKOMST EN NADERE AFSPRAKEN

 

ARTIKEL 6 – De overeenkomst

  1. De schriftelijke of digitale inschrijving door de cliënte vormt het verzoek aan de kraamzorgaanbieder kraamzorg aan de cliënte te leveren. De kraamzorgaanbieder accepteert de inschrijving schriftelijk of digitaal waarmee de overeenkomst tot stand komt. De cliënte heeft tot 7 dagen na ontvangst van de overeenkomst het recht de overeenkomst ongedaan te maken.
  2. Als de cliënte zich inschrijft, stuurt de kraamzorgaanbieder daarna een door hem getekende overeenkomst in tweevoud naar de cliënte, met het verzoek een door haar getekend exemplaar terug te sturen. In dit geval komt de overeenkomst tot stand na ondertekening door de cliënte.
  1. De overeenkomst bevat in ieder geval:
  2. een verwijzing naar het LIP voor de aard en omvang van de kraamzorg. De aard en omvang van de kraamzorg wordt tijdens het intakegesprek (voor de 34e week van de zwangerschap) schriftelijk vastgesteld;
  3. als inschrijving heeft plaatsgevonden vóór de 5e maand van de zwangerschap, een bepaling dat de geïndiceerde uren kraamzorg aan de hand van het LIP worden geleverd;
  4. als inschrijving heeft plaatsgevonden in of na de 5e maand van de zwangerschap, een bepaling dat in ieder geval de minimale kraamzorg wordt gegarandeerd;
  5. indien van toepassing een duidelijke omschrijving van de voorbehouden ten aanzien van het kunnen leveren van de afgesproken kraamzorg en de gevolgen daarvan;
  6. dat afspraken over aanvullende kraamzorg en diensten tijdens de intake (zie artikel 8) worden besproken en schriftelijk worden vastgelegd en per mail verzonden;
  7. een bepaling dat cliënte een wettelijke eigen bijdrage verschuldigd is over de geleverde uren kraamzorg;
  8. een regeling betreffende toestemming voor gebruik van gegevens van de cliënte en de pasgeborene;

–             voor verplichte meting van zorginhoudelijke kwaliteitsindicatoren en voor de benadering                cliënten voor het meten van cliëntervaringen in de zorg (CQ-meting);

–              voor controles door zorgverzekeraars ter uitvoering van het contract met de kraamzorgaanbieder in overeenstemming met de geldende regels;

–              voor overdracht van gegevens aan de jeugdgezondheidszorg;

  1. een eventuele annuleringskostenregeling;
  2. een bepaling dat wijziging van de overeenkomst alleen mogelijk is na overleg tussen kraamzorgaanbieder en cliënt en dat deze schriftlelijk moet worden vastgelegd;
  3. een verwijzing naar deze algemene voorwaarden en de toepasselijkheid hiervan.

 

ARTIKEL 7 – Afwijking van de overeenkomst

  1. Afwijking van de overeengekomen kraamzorguren kan alleen in onderling overleg tot stand komen en dient schriftelijk te worden vastgelegd. Afwijking van de wettelijk voorgeschreven minimale kraamzorg is niet mogelijk. Bij afwijking van de overeenkomst kan in overleg door beide partijen schriftelijk een genoegdoening afgesproken worden.
  2. Een eigen bijdrage is de cliënte na afwijking van de overeenkomst alleen verschuldigd over het werkelijk afgenomen aantal uren kraamzorg.

 

ARTIKEL 8 – De intake

  1. Bij de intake bespreekt de kraamzorgaanbieder de indicatiestelling met de cliënte.

In dit gesprek wordt besproken:

  1. de procedure ter verkrijging van een (her)indicatie conform het LIP en de toelichting over de (her)indicatie en de consequenties van voortijdige beëindiging van de kraamzorg door de cliënte;
  2. de vaststelling van de aard en omvang van de te leveren kraamzorg aan de hand van de LIP en de wensen van de cliënte;
  1. een beschrijving en eventuele vaststelling van de aanvullende kraamzorg (vergoed door zorgverzekeraar in aanvullend pakket of particulier gefinancierd) en van de diensten waar de cliënte gebruik van kan maken en eventuele vaststelling daarvan wat volgens artikel 6 lid 2 wordt vastgelegd.
  2. Voor of tijdens de intake biedt de kraamzorgaanbieder de cliënte schriftelijke informatie aan over tenminste de volgende punten (middels de brochure baby op komst)
  3. de verantwoordelijkheidsverdeling tussen kraamverzorgende en verloskundige;
  4. sleutelbeheer;
  5. welke voorzieningen de cliënte moet treffen om de kraamverzorgende in staat te stellen veilig te werken conform de regelgeving met betrekking tot arbeidsomstandigheden en hygiëne;
  6. het gebruik van de auto van de cliënte en/of partner door de kraamverzorgende;
  7. het parkeerbeleid;
  8. het privacybeleid;
  9. het medicatiebeleid;
  10. de informatieplicht aan cliënte over inzet van kraamverzorgenden in opleiding en toestemmingsplicht bij inzet stagiaires.
  11. de eventuele annuleringskosten;
  12. de consequenties van de Arbeidstijdenwet en de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) voor de inzet van kraamverzorgenden;
  13. Schaderegeling: de regeling voor vergoeding van schade, veroorzaakt door de medewerker van de kraamzorgaanbieder.
  14. De in het intakegesprek gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd (zie artikel 6 lid 3 onder e).

 

ARTIKEL 9 – Het kraamzorgplan

  1. De kraamverzorgende stelt schriftelijk op basis van de indicatiestelling uit het Landelijk Indicatieprotocol (LIP) en in samenspraak met de cliënte een kraamzorgplan op bij aanvang van de kraamzorg.
  2. In het kraamzorgplan worden de doelen en afspraken vastgelegd en afgestemd op de wensen, gewoontes en omstandigheden van de cliënte en de pasgeborene.
  3. In het kraamzorgplan wordt voorts in ieder geval vastgelegd:

–      welke gezinsleden of andere mantelzorg bij de kraamzorgverlening worden betrokken;

–      de gemaakte afspraken over ondersteuning, instructie en voorlichting te leveren door de         kraamverzorgende aan partner en/of andere gezinsleden.

–      de momenten van evaluatie van het kraamzorgplan.

  1. Dagelijks wordt de zorg met de cliënt geëvalueerd door de kraamverzorgende en waar nodig worden

afspraken bijgesteld.

  1. Als de kraamverzorgende de overeengekomen kraamzorg niet conform het kraamzorgplan kan

verlenen, stelt de kraamverzorgende/kraamzorgaanbieder de cliënte daarvan meteen in kennis.

Als de cliënte de overeengekomen kraamzorg niet conform het kraamzorgplan kan/wil ontvangen, stelt de cliënte de kraamverzorgende en buiten de werktijden van de kraamverzorgende de kraamzorgaanbieder daarvan meteen in kennis. In overleg en samenspraak met de cliënte wordt het kraamzorgplan door de kraamverzorgende vervolgens bijgesteld.

  1. KZG bepaalt door welke zorgverlener de kraamzorg wordt verleend. Wisseling van kraamverzorgende

op verzoek van de cliënte, is mogelijk als de cliënte een met reden omkleed verzoek richt aan de leidinggevende van de kraamverzorgende.

  1. Verzoeken om een met name genoemde zorgverlener worden indien mogelijk gehonoreerd.

 

  1. PRIVACY

 

ARTIKEL 10 – Algemeen

  1. Voor de in dit hoofdstuk bedoelde gegevens geldt onverkort wat is bepaald in de Wet bescherming persoonsgegevens.
  2. Voor zover de in dit hoofdstuk bedoelde gegevens vallen onder de artikelen 7:446-7:468 van het Burgerlijke Wetboek, geldt onverkort wat daar is bepaald.
  3. De cliënte heeft recht op privacy en respectering van de persoonlijke levensinvulling.

 

ARTIKEL 11  – Bewaren van gegevens

  1. De kraamzorgaanbieder dient gegevens over de cliënte en de pasgeborene 15 jaar te bewaren. Deze gegevens zijn vastgelegd in de overeenkomst, het LIP-formulier, de JGZ-overdracht, de urenregistratie en een weergave van de registratie, interpretatie en te nemen acties bij de cliënte en/of de pasgeborene ten behoeve van signalering van gezondheidsproblemen.
  2. Bij beëindiging van de overeenkomst bewaart de kraamzorgaanbieder bovenstaande gegevens en blijven deze gegevens ter beschikking van zowel de kraamzorgaanbieder als de cliënte. De cliënte krijgt een kopie als zij dat wil. Voor de gegevens bedoeld in artikel 7:454 van het Burgerlijke Wetboek gelden de daar bepaalde bewaartermijn en de rechten van de cliënte en ten aanzien van correctie en vernietiging. Voor andere gegevens geldt de norm genoemd in de Wet bescherming persoonsgegevens.

 

ARTIKEL 12 – Gegevensverstrekking en verlening van inzage door de kraamzorgaanbieder aan derden

  1. De kraamzorgaanbieder verstrekt zonder de schriftelijke toestemming van de cliënte geen (inzage in) gegevens over de cliënte en de pasgeborene aan derden, behalve ter voldoening aan een wettelijke verplichting of naleving van de meldcode kindermishandeling indien toestemming niet gevraagd kan worden vanwege veiligheid kind/gezin.
  2. Onder derden als bedoeld in het eerste lid worden niet verstaan de verloskundige en diegene die namens en/of in opdracht van de kraamzorgaanbieder betrokken zijn bij de levering van de kraamzorg, voor zover de verstrekking van (inzage in) gegevens noodzakelijk is voor de door dezen te verrichten werkzaamheden.
  3. Na overlijden van de cliënte en/of de pasgeborene geeft de kraamzorgaanbieder desgevraagd inzage in de door de kraamzorgaanbieder bewaarde gegevens aan de nabestaanden voor zover de cliënte daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of toestemming mag worden verondersteld.
  4. De kraamverzorgende en degenen die namens en/of in opdracht van de kraamzorgaanbieder betrokken zijn bij de levering van de kraamzorg zijn gehouden aan een geheimhoudingsplicht. De kraamzorgaanbieder stelt de cliënte hiervan op de hoogte.

 

 

 

  1. KWALITEIT EN VEILIGHEID

 

Artikel 13 – Kraamzorg

  1. De kraamzorgaanbieder levert kraamzorg met inachtneming van de normen “verantwoorde kraamzorg” zoals die door representatieve organisaties van in ieder geval kraamzorgaanbieders en cliënten in overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn vastgesteld en de zorg omschreven in het LIP.
  2. De kraamzorgaanbieder zorgt ervoor dat alle kraamverzorgenden die binnen de organisatie van de kraamzorgaanbieder of in opdracht van de kraamzorgaanbieder kraamzorg verlenen aan de cliënte:
  3. hiertoe te allen tijde bevoegd en bekwaam zijn;
  4. ingeschreven staan in het kwaliteitsregister van het Kenniscentrum Kraamzorg;
  5. handelen overeenkomstig de voor de kraamverzorgende geldende professionele standaarden waaronder de richtlijnen van de beroepsgroep en in ieder geval als een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsoefenaar. Afwijking van de professionele standaard moet de kraamverzorgende motiveren en aan de cliënte uitleggen. De kraamverzorgende maakt aantekening van de afwijking en van de uitleg aan de cliënte in het kraamzorgplan.
  6. De kraamverzorgende in opleiding mag uitsluitend kraamzorg verlenen onder supervisie van een praktijkbegeleider;
  7. De kraamzorgaanbieder zorgt voor continuïteit van de kraamzorg.
  8. KZG evalueert de kraamzorg door elke cliënte te verzoeken een (digitale) enquête in te vullen.   Onderdelen uit individuele enquêtes worden, indien nodig, besproken met betreffende medewerker.   Uitkomsten worden intern anoniem gecommuniceerd ten behoeve van verbetering van onze zorgverlening. Positieve opmerkingen worden incidenteel  geanonimiseerd gebruikt voor PR doeleinden.

 

ARTIKEL 14 – Veiligheid

De kraamzorgaanbieder maakt gebruik van deugdelijk materiaal dat zij voor de uitoefening van het beroep nodig heeft.

 

ARTIKEL 15 – Afstemming (één cliënte – meer zorgverleners)

Als de cliënte en/of pasgeborene te maken heeft met twee of meer zorgverleners,  die namens of in opdracht van de kraamzorgaanbieder betrokken zijn bij de levering van de kraamzorg ,

zorgt de kraamzorgaanbieder ervoor dat:

  1. alle betrokken zorgverleners elkaar bij overdracht of via het kraamzorgplan informeren en indien nodig bevragen over relevante gegevens van de cliënte en/of pasgeborene, waarbij ervaringen van de cliënte worden meegenomen en de cliënte daarover wordt geïnformeerd;
  2. de taken en verantwoordelijkheden rond de kraamzorgverlening aan de cliënte en/of de pasgeborene tussen de betrokken zorgverleners helder zijn afgebakend en afgestemd;
  3. alle zorgverleners het kraamzorgplan bijhouden en raadplegen.

 

ARTIKEL 16 – Incidenten

  1. Zo spoedig mogelijk na een incident informeert de kraamzorgaanbieder de cliënte over:
  2. De aarde en oorzaak van het incident;
  3. Of en welke maatregelen zijn genomen om soortgelijke incidenten te voorkomen.
  4. Als een incident gevolgen heeft voor de gezondheidstoestand van de cliënte en /of de pasgborene, bespreekt de kraamverzorgende dit meteen met de verloskundige.
  5. De kraamverzorgende verleent adequate kraamzorg op instructie van de verloskundige teneinde de gevolgen van het incident voor de cliënte en/of de pasgeborene te beperken.
  6. In geval een incident direct om ingrijpen vraagt, handelt de kraamverzorgende direct en meldt dit zo spoedig mogelijk aan de verloskundige.
  7. De kraamzorgorganisatie zorgt voor adequate melding van incidenten in de daarvoor vastgestelde registratiesystemen.

 

ARTIKEL 17 – Zorg voor persoonlijke eigendommen

De kraamzorgaanbieder zorgt ervoor dat degenen, die onder zijn verantwoordelijkheid betrokken zijn bij de kraamzorg voor de cliënte en de pasgeborene, zorgvuldig omgaan met hun eigendommen.

  1. Het is kraamverzorgenden van KZG niet toegestaan, huissleutels van cliënte in hun bezit te hebben. De cliënte dient er zorg voor te dragen dat de kraamverzorgende de woning binnen kan.
  2. De kraamverzorgende mag alleen boodschappen betalen met contact geld van de cliënte. Het is niet toegestaan om de pinpas van cliënte te gebruiken.
  3. KZG kent een regeling voor schade en aansprakelijkheid. KZG is verzekerd voor het toebrengen van schade aan privé eigendommen van de cliënt door de medewerker, indien deze schade te wijten is aan schuld van de medewerker. In geval van schade dient de cliënte hiervan schriftelijk, binnen 3 werkdagen na afsluiting van de zorg, melding te doen aan KZG. Per schadegeval geldt een eigen risico van €150,- tenzij de schade te wijten aan opzet of grove nalatigheid van de medewerker.
  4. Het is kraamverzorgenden van KZG niet toegestaan werkzaamheden te verrichten waarbij gebruik van een auto nodig is. Dit geldt zowel voor een auto van de kraamverzorgende als een auto van de cliënte. Aansprakelijkheid voor eventuele hieruit voortvloeiende schade wordt uitgesloten.
  5. Het verzorgen van huisdieren behoort niet tot het takenpakket van de kraamverzorgende.

 

  1. VERPLICHTINGEN VAN DE CLIENTE

 

ARTIKEL 18 – Verplichtingen van de cliënte

  1. De cliënte legitimeert zich voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst of gedurende de looptijd van de overeenkomst op verzoek van de kraamzorgaanbieder met een wettelijk erkend, geldig legitimatiebewijs.
  2. De cliënte jonger dan 18 jaar dient de zorgovereenkomst, ondanks het feit dat zij vanaf de leeftijd vanaf 16 jaar wettelijk een geneeskundige overeenkomst mag aangaan (wet WGBO), te laten ondertekenen door een wettelijk vertegenwoordiger vanwege de financiële garantiestelling tot 18 jaar.
  1. De cliënte geeft de kraamzorgaanbieder, mede naar aanleiding van diens vragen, naar beste weten de inlichtingen en de medewerking, die deze redelijkerwijs voor het uitvoeren van de overeenkomst behoeft.
  2. De cliënte onthoudt zich van gedrag zoals agressie, discriminatie , (seksuele) intimidatie en/of ander gedrag dat schadelijk is voor de gezondheid of het welzijn van de kraamverzorgende of andere personen werkzaam bij of in opdracht van de kraamzorgaanbieder. De cliënte spant zich tevens in dat gezinsleden en bezoekers zich onthouden van bovenstaand gedrag.

Kraamverzorgende heeft het recht haar werkzaamheden onmiddellijk te onderbreken als zij wordt geconfronteerd met seksuele of andere vormen van intimidatie of geweld.

  1. De cliënte verleent alle noodzakelijke medewerking om de kraamzorgaanbieder in staat te stellen kraamzorg conform de regelgeving betreffende de arbeidsomstandigheden en de hygiëne te kunnen laten geven.
  2. De cliënte heeft de plicht infectieziektes aanwezig bij cliënte of één van de gezinsleden te melden aan KZG.
  3. De cliënte moet kraamverzorgende en andere personen werkzaam bij of in opdracht van de kraamzorgaanbieder de gelegenheid bieden hun taken uit te voeren zoals vastgelegd in het kraamzorgplan of in het kader van veiligheid.
  4. De cliënte is verplicht KZG tijdig op de hoogte te brengen van eventuele wijzigingen van adres- en/of verzekeringsgegevens.
  5. Bij annulering van de kraamzorg worden de reeds gemaakte kosten in rekening gebracht. Het betreft de kosten van inschrijven en de intake (zonder medische reden) en geplande kraamzorg die binnen 24 uur geannuleerd worden.
  6. Zodra de cliënte kraamzorg en/of diensten ontvangt van een andere kraamzorgaanbieder, informeert zij de kraamzorgaanbieder daarover.
  7. De cliënte moet bij de kraamzorgaanbieder binnen 5 dagen na afronding van de kraamzorg schriftelijk melding maken van door haar geconstateerde schade.
  8. De cliënte wordt geacht verzekerd te zijn voor wettelijke aansprakelijkheid.

 

 

 

  1. BETALING

 

ARTIKEL  19 – Betaling

  1. De cliënte is de kraamzorgaanbieder de overeengekomen prijs verschuldigd voor de overeengekomen kraamzorg en diensten voor zover deze niet op grond van de Zorgverzekeringswet dan wel rechtstreeks door de zorgverzekeraar zijn verschuldigd.
  2. Kraamverzorgende legt noteert de gewerkte uren op het zorgregistratieformulier. Bij afsluiting van de zorg tekent de cliënte voor het in rekening brengen van deze uren.
  3. Voor de overeengekomen kosten van aanvullende kraamzorg, eigen bijdrage en/of diensten als bedoeld in artikel 6 lid 3 onder e en f stuurt de kraamzorgaanbieder een duidelijke en gespecificeerde factuur aan de cliënte.
  4. De kraamzorgaanbieder stuurt na het verstrijken van betalingstermijn van 30 dagen een betalingsherinnering en geeft de cliënte de gelegenheid binnen 14 dagen na ontvangst van de herinnering alsnog te betalen.
  5. Als na het verstrijken van de tweede betalingstermijn nog steeds niet is betaald is de kraamzorgaanbieder gerechtigd wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten in rekening te brengen vanaf het verstrijken van de eerste betalingstermijn.

 

 

  1. BEËINDIGING VAN DE OVEREENKOMST

 

ARTIKEL 20 – Beëindiging overeenkomst

  1. De overeenkomst eindigt:
  2. door opname van de cliënte in een ziekenhuis als deze niet binnen 10 dagen na de bevalling uit het ziekenhuis terugkeert en de pasgeborene gedurende deze 10 dagen geen kraamzorg nodig heeft, tenzij de cliënte aanvullend verzekerd is voor uitgestelde kraamzorg.
  3. door opname van de pasgeborene in een ziekenhuis als deze niet binnen 10 dagen na de bevalling uit het ziekenhuis terugkeert en de cliënte geen kraamzorg nodig heeft gedurende deze 10 dagen, tenzij de cliënte aanvullend verzekerd is voor uitgestelde kraamzorg;
  4. bij wederzijds goedvinden wat schriftelijk wordt vastgelegd;
  5. door overlijden van de cliënte als de pasgeborene geen kraamzorg nodig heeft;
  6. door overlijden van de foetus of pasgeborene als de cliënte geen kraamzorg nodig heeft;
  7. op basis van medische gronden bij de cliënte;
  8. Indien de cliënte de overeenkomst anders dan op basis van bovenstaande onderdelen eenzijdig opzegt, kan de kraamzorgaanbieder annuleringskosten in rekening brengen.

 

ARTIKEL 21 – Opzegging door de kraamzorgaanbieder

De kraamzorgaanbieder kan de overeenkomst uitsluitend schriftelijk opzeggen om gewichtige redenen mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:

  1. de kraamzorgaanbieder heeft de gronden waarop de voorgenomen opzegging berust met de cliënte besproken;
  2. de kraamzorgaanbieder heeft met de cliënte een passend alternatief besproken;
  3. de kraamzorgaanbieder heeft de cliënte gewezen op de mogelijkheid een klacht in te dienen.

 

  1. KLACHTEN EN GESCHILLEN

 

ARTIKEL 22 –KLACHTENREGELING

  1. De kraamzorgaanbieder beschikt over een op de Wet Klachtenrecht cliënten zorgsector gebaseerde en voldoende bekend gemaakte regeling voor de opvang en afhandeling van klachten en behandelt de klacht overeenkomstig deze klachtenprocedure.
  2. Als de klacht niet naar tevredenheid is afgehandeld, is er sprake van een geschil dat vatbaar is voor de geschillenregeling. De termijn voor het aanhangig maken van een geschil bedraagt drie maanden (artikel 23) en vangt aan op het moment dat de klacht volgens de klachtenregeling van de kraamzorgaanbieder afgehandeld is.

 

ARTIKEL 23 – Toepasselijk recht en geschillenregeling

  1. Op deze algemene voorwaarden is Nederlands Recht van toepassing.
  2. Geschillen tussen de cliënte enerzijds en de kraamzorgaanbieder anderzijds over de totstandkoming of de uitvoering van de overeenkomst, kunnen zowel door de cliënte  als door de kraamzorgaanbieder schriftelijk aanhangig worden gemaakt bij de

Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Thuiszorg

Postbus 90600, 2509 LP Den Haag  (www.degeschillencommissie.nl)

  1. Ten aanzien van geschillen over aansprakelijkheid voor schade is de geschillencommissie slechts bevoegd als de vordering een financieel belang van 5.000 euro niet te boven gaat.
  2. Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in behandeling genomen, als de cliënte zijn klacht eerst volledig en duidelijk omschreven in overeenstemming met artikel 22 schriftelijk bij de kraamzorgaanbieder heeft ingediend.
  3. Een geschil dient binnen drie maanden na het ontstaan ervan zoals aangegeven in artikel 22 lid 4 bij de geschillencommissie aanhangig te worden gemaakt.
  4. Wanneer de cliënte een geschil voorlegt aan de geschillencommissie , is de kraamzorgaanbieder aan deze keuze gebonden. Als de kraamzorgaanbieder een geschil aan de geschillencommissie wil voorleggen, moet hij de cliënte vragen zich binnen vijf weken schriftelijk uit te spreken of zij daarmee akkoord gaat. De kraamzorgaanbieder dient daarbij aan te kondigen dat als de cliënte daarmee niet akkoord gaat hij zich na het verstrijken van voornoemde termijn vrij zal achten het geschil bij de rechter aanhangig te maken.
  5. De geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het voor haar geldende reglement dat kan worden opgevraagd bij de geschillencommissie. De geschillencommissie beslist in de vorm van een bindend advies.
  6. De cliënte is voor de indiening van een geschil een vergoeding verschuldigd.
  7. Geschillen kunnen ter beslechting uitsluitend worden voorgelegd aan de hierboven genoemde geschillencommissie of aan de rechter.

 

  1. OVERIGE

Artikel 24 –  Wijziging

Deze algemene voorwaarden kunnen slechts worden gewijzigd in overleg tussen ActiZ en Branchebelang Thuiszorg Nederland enerzijds en de Consumentenbond, de LOC  Zeggenschap in de zorg en de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie anderzijds.